Wie aan Kennemerland denkt

Wie aan Kennemerland denkt, denkt aan onze duinen, bossen en prachtige natuurgebieden. Gebieden waar we trots op zijn en waar jaarlijks veel mensen van genieten. Maar diezelfde natuur maakt ons ook kwetsbaar.

Dat hebben we dit jaar nadrukkelijk gezien. Dit jaar werden we in Kennemerland geconfronteerd met 26 natuurbranden. In dezelfde periode vorig jaar waren dat er acht. Juli sprong eruit met maar liefst 20 meldingen. En bij bijna een derde van de branden was extra brandweercapaciteit nodig om het vuur onder controle te krijgen.

Die cijfers zeggen wat mij betreft niet alleen iets over wat er achter ons ligt. Ze laten vooral zien dat we vooruit moeten blijven kijken.

Want bij natuurbrandbestrijding telt alles. Vroege detectie. Goede bereikbaarheid. Het juiste materieel. Voldoende bluswater. En vooral: goede samenwerking tussen brandweer, gemeenten, terreinbeheerders en natuurorganisaties. Juist in onze duingebieden, waar de meeste natuurbranden plaatsvinden, komt dat allemaal samen.

Daarom investeren we ook in onze voorbereiding. In Kennemerland zijn we bijvoorbeeld bezig met het slaan van nieuwe brandputten. Misschien niet het meest zichtbare onderdeel van ons werk, maar wel een heel concreet voorbeeld van hoe we zorgen dat onze mensen bij een natuurbrand over de juiste voorzieningen kunnen beschikken.

De natuur kunnen we niet minder droog maken. En een natuurbrand kunnen we niet altijd voorkomen. Maar we kunnen er wél voor zorgen dat we zo goed mogelijk voorbereid zijn wanneer het erop aankomt.

Dat is voor mij weerbaarheid in de praktijk: risico’s kennen, ervan leren en vandaag investeren in wat we morgen nodig kunnen hebben.