Nationale Brandweerherdenking

Afgelopen zaterdag stond ik in Schaarsbergen bij het Nationaal Brandweermonument. Samen met collega’s uit het hele land. Stil. Letterlijk en figuurlijk.

De Nationale Brandweerherdenking is geen gewone bijeenkomst. Het is een moment waarop alles even vertraagt. Waar we niet vooruitkijken, maar juist terug. Naar de namen die daar staan. Namen van collega’s die ooit net als wij uitrukten. En niet meer terugkeerden. 

Achter elke naam zit een verhaal. Een mens. Een gezin. Een ploeg. Dat besef komt daar, tussen de bomen in Arnhem, altijd net wat harder binnen.

Het brandweervak is prachtig. Maar ook risicovol. Dat weten we allemaal. Toch is het goed om daar af en toe bewust bij stil te staan. Niet om bang te worden, maar om scherp te blijven. 

De afgelopen jaren hebben we daar als brandweerorganisatie veel in geïnvesteerd. In vakbekwaamheid. In betere procedures. In materiaal en opleiding. In elkaar aanspreken. In leiderschap. In de ruimte om te leren van wat niet goed ging. En dat werkt.

We zien dat het aantal slachtoffers onder eigen personeel afneemt. Dat is het resultaat van heel veel inzet, van heel veel collega’s, op heel veel plekken in het land. Tegelijkertijd voelt het ongemakkelijk om dat op te schrijven. Want elk slachtoffer is er één te veel.

Dat besef stond zaterdag ook centraal voor mij. Terwijl kransen werden gelegd en het water-ereteken werd gemaakt, dacht ik met name: “Ik wil geen nieuwe namen meer op het monument”. 

Het is misschien een ambitie die nooit helemaal haalbaar is. Het vak brengt nu eenmaal risico’s met zich mee. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om het wél te proberen. Sterker nog: het verplicht ons om het elke dag opnieuw te proberen. Dat vraagt iets van mij. Maar vooral van ons allemaal. Van hoe we trainen. Hoe we samenwerken. Hoe we elkaar aanspreken. Hoe we beslissingen nemen – juist onder druk.

Het vraagt dat we niet genoegen nemen met “dit doen we altijd al zo”. Maar blijven kijken: kan het veiliger? Kan het beter? En misschien nog wel belangrijker: dat we de moed hebben om eerlijk te zijn tegen elkaar. Ook als dat ongemakkelijk is. Want uiteindelijk is dat wat ons bindt. Niet alleen het vak. Maar de verantwoordelijkheid voor elkaar. Zaterdag voelde dat weer heel duidelijk. En daarom neem ik dat moment mee. Terug naar Kennemerland. Terug naar de dagelijkse praktijk. Met één heldere opdracht. Geen nieuwe namen.