Ik wil het vandaag hebben over
5 juni 2026
Ik wil het vandaag hebben over iets waar ik mij oprecht zorgen over maak. Namelijk het risico op natte voeten in grote delen van West-Nederland. Want er is een aanzienlijke kans dat onze watersystemen overbelast raken. Niet ergens in een theoretisch model over honderdduizend jaar, maar binnen afzienbare tijd. En als dat gebeurt, dan zijn de gevolgen groot. We hebben het dan niet over een nat fietspad, maar over ingrijpende wateroverlast en overstromingen in een dichtbevolkt deel van Nederland.
Risico op uitval
Het risico op uitval van enkele gemalen en sluizen is nu al hoog. Groot onderhoud is noodzakelijk. Zonder dit groot onderhoud neemt die kans de komende jaren fors toe. Dat is geen persoonlijke mening, dat is wat de cijfers laten zien en dat is waar Rijkswaterstaat en dijkgraven ons voor waarschuwen. Tegelijkertijd verandert het klimaat sneller dan onze infrastructuur kan bijhouden. We zien steeds vaker extreme regenbuien, kort en heftig. Het systeem staat structureel onder druk. Op een gegeven moment staat dan ook het Noordzeekanaal zo vol dat er niet meer naartoe gepompt mag worden. Niet omdat we dat niet willen, maar omdat anders de dijken overlopen en zelf in gevaar komen. Dan zit het water opgesloten in het gebied. En dan gaat het snel.
Daar komt bij dat ons elektriciteitsnet kwetsbaarder wordt. Bij een langdurige stroomuitval vallen ook gemalen uit. Water dat normaal wordt weggepompt, blijft staan. Het stroomt naar lage punten, maar verdwijnt niet meer. Het waterpeil stijgt, wijk voor wijk.
Grote gevolgen
De gevolgen zijn groot en raken veel mensen tegelijk. Woningen lopen onder. Kelders staan vol water. In die kelders liggen installaties, voedselvoorraden, wellicht een noodpakket. Waar stopcontacten laag op de muur zitten ontstaat kortsluiting. Bij hoog water valt dan lokaal de stroom uit. De schade is enorm en de maatschappelijke impact nog groter.
We moeten onder ogen zien dat bij zo’n grootschalige overstroming de hulpdiensten niet iedereen tegelijk kunnen helpen. Dat is geen falen van brandweer of andere diensten, dat is de realiteit. We doen wat we kunnen, maar de omvang is dan simpelweg te groot. De schade is langdurig en het herstel kost heel veel tijd en geld. Zoek maar eens op hoe lang dat in Zeeland na de watersnoodramp van 1953 heeft geduurd.
En nu?
Ik heb de oplossing voor dit vraagstuk niet. Ik vind wel dat dit risico meer aandacht verdient in het polderland Nederland. We praten terecht over zorg, onderwijs, defensie en bestaanszekerheid. Alles is belangrijk. Maar als grote delen van West‑Nederland straks wekenlang onder water staan, wat blijft er dan over van die voorzieningen?
Dit vraagt om bewustwording. Om wakker schudden. Om het gesprek hardop te voeren, ook als het ongemakkelijk is. Want als meer mensen dit benoemen, móét dit risico zwaarder meewegen in de keuzes die we als land maken.
Ik sluit af met een klein verzoek om eens over na te denken over de volgende vragen: Wat kan ik nu al doen om mezelf in deze situatie te redden? En...waar kan en moet ik in mijn omgeving mensen te hulp schieten?