Nu de Troonrede voorbij is, blijft voor mij een belangrijke vraag over

Afgelopen dinsdag ging het in de Troonrede over de uitdagingen van deze tijd. Over geopolitieke spanningen, defensie, digitale dreigingen en de noodzaak om Nederland weerbaarder te maken. Terecht.

De wereld is veranderd. Wat jarenlang vanzelfsprekend leek, blijkt kwetsbaar. Oorlog is dichterbij gekomen. Cyberaanvallen kunnen onze samenleving ontregelen. Vitale infrastructuur kan uitvallen. We moeten rekening houden met situaties waarin niet alles meer werkt zoals we gewend zijn. Toch miste ik in de Troonrede aandacht voor iets wat bij vrijwel iedere crisis van levensbelang is: redundante communicatie. Dat klinkt technisch. Maar de vraag erachter is heel eenvoudig:

Kunnen hulpverleners elkaar nog bereiken als het erop aankomt?

Brandweer, politie, ambulancediensten, meldkamers en onze crisispartners zijn voor hun onderlinge communicatie in hoge mate afhankelijk van C2000. Via P2000 worden hulpverleners gealarmeerd. Samen vormen deze systemen een onzichtbare levensader van onze hulpverlening. Ze zorgen ervoor dat meldkamers eenheden kunnen aansturen, hulpverleners informatie kunnen delen en bij gevaar om assistentie kunnen vragen.

Juist die levensader is kwetsbaar

Bij langdurige stroomuitval blijven de zendmasten van C2000 niet onbeperkt functioneren. Ook mobiele telefonie kan binnen enkele uren uitvallen en is dan geen vanzelfsprekende terugvaloptie meer. In Kennemerland bereiden we ons daarop voor. Maar regionale voorbereiding neemt de kwetsbaarheid van het landelijke systeem niet weg. De storing tijdens de jaarwisseling van 2024 op 2025 maakte bovendien concreet wat er gebeurt als de communicatie hapert: hulpdiensten konden tijdelijk niet goed met elkaar en met meldkamers communiceren. De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt daarom hoe de communicatie bij uitval van C2000 is gewaarborgd.

Veiligheidsregio’s wachten ondertussen niet af. Door het hele land zoeken professionals naar manieren om ook bij langdurige uitval bereikbaar te blijven. Er wordt gekeken naar satelliettelefoons, noodcommunicatie via radioamateurs, mesh-netwerken en andere technische oplossingen. Die inzet verdient waardering. Ze laat zien hoe serieus veiligheidsregio’s hun verantwoordelijkheid voor de continuïteit van de hulpverlening nemen. Maar ze roept ook een ongemakkelijke vraag op:

Is het verstandig dat iedere regio afzonderlijk het wiel opnieuw uitvindt?

Wanneer iedere veiligheidsregio eigen noodvoorzieningen ontwikkelt, dreigt een lappendeken van oplossingen. Wat lokaal goed werkt, sluit niet automatisch aan op wat elders is geregeld. En crises houden zich zelden aan regiogrenzen. Bij een grootschalige stroomstoring, digitale aanval of andere nationale crisis moeten hulpdiensten, meldkamers en crisisorganisaties juist over die grenzen heen kunnen samenwerken. Dan is het niet genoeg dat iedereen bereikbaar is. We moeten elkaar ook daadwerkelijk kunnen bereiken.

Daarom is dit geen puur technische opgave voor afzonderlijke veiligheidsregio’s. Het is een landelijke opgave die vraagt om duidelijke keuzes, gezamenlijke uitgangspunten en stevige regie.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft daarin als systeemverantwoordelijke een belangrijke rol. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat regionale initiatieven onderdeel worden van één samenhangend en betrouwbaar stelsel. Ook het Adviescollege ICT-toetsing heeft eerder gewezen op de noodzaak om de kwaliteit en continuïteit van missiekritische communicatie te borgen. Landelijke regie betekent wat mij betreft drie dingen: helderheid over wat we van C2000, P2000 en de opvolger hiervan mogen verwachten, een gezamenlijke en robuuste terugvalvoorziening voor langdurige uitval, en afspraken die ervoor zorgen dat verschillende oplossingen met elkaar kunnen samenwerken.

Niet pas wanneer een systeem uitvalt. Juist nu.

Want weerbaarheid gaat niet alleen over noodpakketten, defensie-uitgaven en extra mensen. Weerbaarheid begint ook bij de zekerheid dat hulpverleners elkaar kunnen vinden wanneer de samenleving hen het hardst nodig heeft. Veiligheidsregio’s blijven doen wat nodig is. We blijven voorbereiden, oefenen en zoeken naar oplossingen. Maar een nationaal vraagstuk kan niet duurzaam worden opgelost met uitsluitend regionale vindingrijkheid.

Daarvoor is samenhang nodig. En iemand die ervoor zorgt dat die samenhang er komt.

Want als tijdens een crisis de verbinding wegvalt, mogen we niet op dat moment voor het eerst ontdekken dat onze noodoplossingen niet met elkaar kunnen praten.